Woningmarkt in regio Arnhem-Nijmegen blijft krap, maar druk neemt af
NVM Makelaars in heel Nederland zien dat de landelijke woningmarkt in het eerste kwartaal 2026 geleidelijk meer in balans komt. Door toename van het woningaanbod ontstaat een rustiger marktbeeld met afvlakkende prijzen. In de Stadsregio Arnhem-Nijmegen is dat beeld echter genuanceerder. De markt staat minder onder druk dan een jaar geleden, maar van een kentering is nog geen sprake.
“Kopers kijken ook in deze regio naar wat er in de wereld gebeurt, en dat maakt kopers voorzichtiger. Maar ik zie dat in deze regio nog niet terug in de koopsommen”, zegt Bas Wildeman, makelaar bij Petra de Kleermaeker Makelaardij in Arnhem.
In de regio werden het eerste kwartaal nog altijd stijgende prijzen gemeten, al lijken de prijzen op het eerste gezicht juist te stabiliseren. De gemiddelde transactieprijs in Nijmegen daalde op jaarbasis met 3,2 procent naar € 439.000. In Arnhem steeg de gemiddelde transactieprijs licht naar € 404.000. Maar die cijfers geven een vertekend beeld, zegt Wildeman. "We zien heel veel kleine beleggers met één of twee wooneenheden die nu massaal hun woningen aanbieden zodra een huurder vertrekt. Die instroom van relatief goedkopere woningen drukt het gemiddelde flink.” Kijken we naar de gemiddelde prijs per vierkante meter, dan is te zien dat de prijzen stijgen: in Nijmegen steeg de m2-prijs op jaarbasis met 7,1 procent naar 5.146 euro, bij appartementen zelfs met 9 procent. In Arnhem steeg de meterprijs met 3,4 procent.
Onderliggende krapte blijft bestaan
Stijgingen komen voort uit een nog altijd krappe markt, waarin woningen snel worden verkocht. “We zien gemiddeld tien tot vijftien bezichtigingen voor een woning, en woningen met een goede vraagprijs zijn in deze regio nog steeds erg gewild”, zegt Wildeman. Met name de markt in Nijmegen blijft ontzettend krap, blijkt uit de cijfers van NVM. De krapte-indicator staat op 1,7, wat laat zien dat kopers keuze hebben uit minder dan 2 woningen. In 77 procent van de gevallen wordt meer betaald dan de vraagprijs, met een gemiddeld overbiedingspercentage van 6,8 procent. Gemiddeld is een woning binnen 26 dagen verkocht.
Wie twintig kilometer verderop een woning zoekt, treft een iets rustigere markt. Kopers nemen in Arnhem wat langer de tijd, waardoor de gemiddelde verkooptijd is opgelopen van 28 dagen eind 2025 naar 37 dagen in het eerste kwartaal van 2026. Desondanks overheerst ook hier nog altijd de schaarste. De krapte-indicator staat in Arnhem op 2,3, in 69% van de gevallen wordt er boven vraagprijs verkocht, met een verschil in vraag-en verkoopprijs van 4,5 procent.
Volgens Wildeman is het verschil tussen beide steden goed te verklaren. "Nijmegen is een rijke stad waar een ander type koper zoekt. De stad heeft een universiteit en een academisch ziekenhuis. Studenten die er komen studeren, willen er later ook graag wonen. Die koopbereidheid is structureel en dat vertaalt zich direct in de cijfers." Arnhem blijft daarop achter, maar dat is historisch gezien altijd zo geweest. “Arnhem had in de Vogelaar-periode de meeste achterstandswijken van heel Nederland. Die sociaaleconomische kloof is nooit helemaal gedicht. Arnhem zal daarom altijd als eerste de landelijke trend volgen.”
Westen als voorbode
Landelijk zien NVM-makelaars dat in steden als Amsterdam de markt al langer afkoelt: het aanbod neemt toe, woningen staan langer te koop, het vertrouwen staat onder druk en prijzen stabiliseren. Dat zou in theorie een voorbode kunnen zijn voor de regio Arnhem-Nijmegen. "Wat er in het westen speelt, speelt hier vaak binnen enkele maanden ook. Dat is historisch gezien altijd zo geweest”, verklaart Wildeman. Een van de aanwijzingen daarvoor zou kunnen zijn dat het aanbod toeneemt: zowel in Arnhem als in Nijmegen stonden er aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 meer woningen te koop.
Tegelijkertijd voorziet Wildeman voorlopig nog geen grote prijsdalingen. De onderliggende schaarste blijft, mede door vraag vanuit de Randstad. Onzekerheid in de wereld doet bovendien wat met het aanbod, meent Wildeman: "Als mensen niet meer durven te verkopen, wordt het aanbod juist weer krapper. Er zijn altijd mensen die willen of moeten verhuizen. Ik zie de prijzen daarom niet zo snel dalen."
Dit artikel is afkomstig uit de woningmarkt-rapportage van Vivantus nieuwbouw